|
Algemeen
• Rijstmeelkevers worden aangetroffen in en bij plantage producten,
vooral graanproducten.
• Ze treden vooral op in graan als secundaire beschadigers, nadat
primaire aantasters, zoals bijv. klanders het graan min of meer hebben
verbrokkeld
Uiterlijk
a. Rijstmeeldkevers: 4 mm groot, roodbruin van kleur, antennen aan de
top knotsvormig verdikt. De voorvleugels of dekschilden van deze
familie zijn fijn gestreept. Larven tot 8 mm lang zijn geelbruin van
kleur.
b. kastanjebruine rijstmeelkever: 3-4 mm groot, kastanjebruin van
kleur, antennen knotsvormig: larven 6-8 mm lang; geelbruin.
c. grote rijstkever: ook wel lysolkever genoemd; lijkt uiterlijk op de
meeltor 5-6 mm groot, donkerbruin van kleur. Antennen en poten rood
tot roodbruin van kleur. Larven 9-12 mm lang en geelbruin van kleur
Ontwikkeling
• Volledige gedaanteverwisseling
a. rijstmeelkever: planten zich snel en gedurende het gehele jaar voort,
zijn wel sterk temperatuurgevoelig. Het wijfje kan per jaar honderden
eitjes leggen. 30 graden Celsius is hun voorkeurstemperatuur. Bij 35
graden Celsius duurt de volledige ontwikkelingscyclus 20 dagen. Het
kevertje kan ca. 1,5 jaar leven. De eitjes worden los gelegd. Komen uit
na 3-9 dagen.Larven zijn actief, hebben 3 paar poten. Vervellen
ongeveer 8 keer. Pop gelig van kleur ongeveer 5 mm groot.
b. Kastanjebruine rijstmeelkever: deze soort is nog sterker afhankelijk
van warmte; in niet verwarmde opslagplaatsen kunnen zij niet
overleven. Overigs is de ontwikkeling bijna gelijk aan die van de
rijstmeelkever
c. grote rijstmeelkever: het wijfje kan gedurende haar leven ca. 900
eitjes leggen. Ontwikkeling gelijk aan bovengenoemde soorten
Leefwijze
• Algemeen
- behoren tot de voorraadinsecten
• voedsel
- leven van plantaardig voedsel
- worden o.a. aangetroffen in meel, grutterswaren, brood, macaroni,
bonen, gedroogde vruchten, kruiden, chocolade
• temperatuur
- alle soorten ontwikkelen zich bij voorkeur bij temperaturen van
30-35 graden Celsius. Bij 20 graden Celsius en lager staat de
ontwikkeling stil.
- bij –6 graden Celsius worden alle stadia binnen 24 uur gedood. Bij +7
graden Cesius worden alle stadia binnen 24 dagen gedood.
• Schuilplaatsen
- leven tussen opgeslagen voorraden
- in lege opslagplaatsen voeden ze zich met achtergebleven resten
in naden van de vloer of in het pleisterwerk
Schade
• Verontreiniging is de voornaamste schade
• Aangetaste voorraden vertonen de neiging tot schimmelen
• De voorraad kan een muffe tot zeer zure lucht krijgen
Verspreiding
• Zijn door het handelsverkeer over de gehele wereld verspreid
|