basis_05.png
Rijstmeelkevers Afdrukken

RijstmeelkeverAlgemeen

• Rijstmeelkevers worden aangetroffen in en bij plantage producten,
  vooral graanproducten.
• Ze treden vooral op in graan als secundaire beschadigers, nadat
  primaire aantasters, zoals bijv. klanders het graan min of meer hebben
  verbrokkeld

Uiterlijk

a. Rijstmeeldkevers: 4 mm groot, roodbruin van kleur, antennen aan de
   top knotsvormig verdikt. De voorvleugels of dekschilden van deze
   familie zijn fijn gestreept. Larven tot 8 mm lang zijn geelbruin van
   kleur.
b. kastanjebruine rijstmeelkever: 3-4 mm groot, kastanjebruin van
    kleur, antennen knotsvormig: larven 6-8 mm lang; geelbruin.
c. grote rijstkever: ook wel lysolkever genoemd; lijkt uiterlijk op de
    meeltor 5-6 mm groot, donkerbruin van kleur. Antennen en poten rood  
    tot roodbruin van kleur. Larven 9-12 mm lang en geelbruin van kleur

Ontwikkeling

•  Volledige gedaanteverwisseling
a. rijstmeelkever: planten zich snel en gedurende het gehele jaar voort,
    zijn wel sterk temperatuurgevoelig. Het wijfje kan per jaar honderden
    eitjes leggen. 30 graden Celsius is hun voorkeurstemperatuur. Bij 35
    graden Celsius duurt de volledige ontwikkelingscyclus 20 dagen. Het
    kevertje kan ca. 1,5 jaar leven. De eitjes worden los gelegd. Komen uit  
    na 3-9 dagen.Larven zijn actief, hebben 3 paar poten. Vervellen
    ongeveer 8 keer. Pop gelig van kleur ongeveer 5 mm groot.
b. Kastanjebruine rijstmeelkever: deze soort is nog sterker afhankelijk
    van warmte; in niet verwarmde opslagplaatsen kunnen zij niet
    overleven. Overigs is de ontwikkeling bijna gelijk aan die van de
    rijstmeelkever
c. grote rijstmeelkever: het wijfje kan gedurende haar leven ca. 900
    eitjes leggen. Ontwikkeling gelijk aan bovengenoemde soorten

Leefwijze

• Algemeen
- behoren tot de voorraadinsecten
• voedsel
- leven van plantaardig voedsel
- worden o.a. aangetroffen in meel, grutterswaren, brood, macaroni,
  bonen, gedroogde vruchten, kruiden, chocolade
• temperatuur
- alle soorten ontwikkelen zich bij voorkeur bij temperaturen van
  30-35 graden Celsius. Bij 20 graden Celsius en lager staat de
  ontwikkeling stil.
- bij –6 graden Celsius worden alle stadia binnen 24 uur gedood. Bij +7
   graden Cesius worden alle stadia binnen 24 dagen gedood.
• Schuilplaatsen
- leven tussen opgeslagen voorraden
- in lege opslagplaatsen voeden ze zich met achtergebleven resten
  in naden van de vloer of in het pleisterwerk

Schade

• Verontreiniging is de voornaamste schade
• Aangetaste voorraden vertonen de neiging tot schimmelen
• De voorraad kan een muffe tot zeer zure lucht krijgen

Verspreiding

• Zijn door het handelsverkeer over de gehele wereld verspreid