|
Uiterlijk:
• De broodkever is 0,2 tot 0,4 cm lang, langwerpig ovaal, fijn behaad
• Kleur: bruin tot roodbruin
• De dekschilden vertonen fijne lengtestrepen
• Het halsschild bedekt de kop als een soort monnikskap
• De antennen staan ver uit elkaar
• De larven zijn 0,5 mm lang, hebben pootjes en kunnen zich goed
verplaatsen
Ontwikkeling:
• Volledige gedaanteverwisseling
• Het vrouwtje legt 50 tot 60 eitjes, liefst op donkere plaatsen
• Bij 18°C komen de larven na 28 dagen uit; ze verpoppen zich na 4
vervellingen
• Ontwikkelingsduur is 7 maanden bij 18°C; bij 26°C 2 maanden; bij 30°C
zeer snel (1 maand)
• In niet-verwarmde ruimten komt per jaar 1 generatie voor; in
verwarmde ruimten zijn dat er jaarlijks 2 tot 3
• Bij lage temperaturen staat de ontwikkeling vrijwel stil
Leefwijze:
• De uit het ei gekomen larven kunnen tot 8 dagen zonder voedsel
• Het voedsel van de larven bestaat uit allerlei harde, droge
zetmeelhoudende producten (bijv. macaroni, bouillonblokjes, honden-
en kattenbrokjes)
Schade/overlast:
• De larven van de broodkever boren zich door de voedingsmiddelen een
weg naar buiten en laten ronde gaatjes achter
• De kevers boren zich door verpakkingen heen (plastic, papier en zelfs
folie)
• Verminderen van de kwaliteit van de voorraad door knaagschade en
vervuiling vanwege de uitwerpselen
• In meelachtige producten treft men de cocons van de broodkeverlarven
vaak aan tegen de wanden en op de bodem van de verpakking
Wering/preventie:
• Opslagruimte koel en droog houden, leeggekomen ruimten reinigen
• Oudste voorraden eerst opgebruiken; aangetaste voorraad snel
verwerken of vernietigen
|