|
Algemeen
• Zeer algemeen in graanopslagplaatsen
• De graanklander kan –in tegenstelling tot de rijst –en maisklander –
niet vliegen
• Deze keversoort tasten meestal hele graankorrels aan
• Zij kunnen echter bij afwezigheid hiervan ook andere vaste
meelspijzen of zetmeelhoudende waren als vermicelli, macaroni,
erwten, kastanje, eikels hondenbrood, ect. Aantasten
Uiterlijk
• Deze klanders zijn 3-5 mm groot
• Deze graanklander verschilt duidelijk van zijn familieleden de rijst –en
maisklander, doordat bij de graanklander de vleugels ontbreken en de
dekschilden aaneen zijn gegroeid
• Zij hebben knotsvormige antennen die halverwege geknikt zijn als een
elleboog
• De klanders hebben een cilindrisch hard lichaam, dat rood-bruin tot
zwart van kleur is
• Het halsschild van deze klanders is relatief groot en nauwelijks korter
dan de dekschilden
• De graanklanders heeft voorts in het halsschild ovaalvormige putjes,
terwijl de lijnen op de dekschilden duidelijk gescheiden zijn
• De rijst- en maisklander hebben ronde putjes in het halsschild, terwijl
de lijnen op de dekschilden dicht bij elkaar liggen. Deze schilden hebben
voorts 2 paar oranje vlekken
• Het verschil tussen de rijst- en maisklander is alleen te zien door een
gedetailleerde studie van de genitaliën
Ontwikkeling
• Volledige gedaantewisseling
• De vrouwelijke kever boort met haar snuit een gaatje in de graankorrel
en legt hierin 1 ei, waarna zij het gaatje weer dicht maakt met een
afscheidingsproduct, dat dezelfde kleur heeft als het graan
• Op deze wijze kan zij 2 tot 3 eieren per dag leggen; doordat ze
betrekkelijk lang leeft, kan ze in totaal wel een paar honderd eitjes
leggen
• Uit het ei komt een witte, pootloze larve. Deze vreet de hele korrel leeg
en verpopt zich daarna in het omhulsel van de korrel. Na ongeveer 1
week verlaat de volgroeide kever deze huls, waarna de cyclus zich
weer herhaalt
• Bij 23 graden Celsius duurt de ontwikkeling van ei tot imago ongeveer 1
maand
• De volwassen kever leeft bij een temperatuur van 28 graden Celsius
ongeveer 3 maanden em bij 20 graden Celsius 5-7 maanden
• De ontwikkeling staat vrijwel stil bij temperaturen beneden 13 graden
Celsius
• Onder gunstige omstandigheden brengt de graanklander 3 tot 4
generaties voort, anders 3 tot 4 per jaar
Leefwijze
• De graanklander wordt ook wel buiten aangetroffen. Dit in tegenstelling
tot de rijstklander, die alleen in min of meer verwarmde opslagplaatsen
kan leven
• In opslagplaatsen leeft de klander het liefst in het midden van de
graanhoop, aangezien het daar warmer is
• In onverwarmde ruimten verschuilen zij zich tegen het begin van het
koude jaargetijde op de warmste plaatsen, bijv. langs
verwarmingsbuizen of aan de zuidzijde van de ruimte
• Zij kunnen voorkomen in opslagplaatsen, silo’s maalderijen,
woonhuizen
Schade
• Door de uitwerpselen kunnen granen muf worden
• Aan- en uitvreten van de korrel door de kever en larve
• Vermindering van kwaliteit
• Door condensvorming kan bij langere opslag het graan gaan spruiten
Verspreiding
• De kevers behoorden oorspronkelijk niet tot onze fauna. Zij zijn echter
lang geleden uit warmere landen met de graanhandel in onze streken
ingevoerd
• Wordt met onze transporten verspreid
|