|
Uiterlijk:
• Gewone tapijtkevers zijn 1,8 tot 3,2 mm lang
• Ovaalvormig tot cilindrisch van vorm, vaak vrij dof (zwart) gekleurd
• Drie onscherpe brede dwarsbanden, lichtbruin wit van kleur
• De larven zijn eivormig met een lichte beharing; aan het achterste
segment staan 2 bosjes bruine haren die schuin naar elkaar gericht zijn
als een tentdakje
Ontwikkeling:
• Volledige gedaanteverwisseling
• Het eistadium duurt 6 tot 35 dagen, afhankelijk van de temperatuur; het
larvestadium kan 2 tot 12 maanden duren
• De popfase duurt 5 tot 19 dagen. Het imago kan nog tot 30 dagen in de
pophuid blijven zitten
• De vrouwtjes leggen hun eieren in vogel- en wespennesten, in nesten
van andere dieren, in gedroogd aas, in wollen kleding en wollen kleden
• Gemiddeld één generatie per jaar (18 tot 25°C), maar bij gunstige
voedsel- en temperatuursomstandigheden kan dat oplopen tot 3
generaties per jaar
Leefwijze:
• De larven leven uitsluitend van dierlijke producten
• Volwassen gewone tapijtkevers zijn bloembezoekers en leven van
nectar en stuifmeel
• De kevers kunnen zeer goed vliegen; de larven kunnen grote afstanden
in een woning afleggen (het kan moeilijk zijn om de bron op te sporen)
• De kevers leven bij voorkeur in een droge omgeving
Schade:
• Het is alleen de larve van de gewone tapijtkever die voor schade kan
zorgen
• Grote schade kan ontstaan aan wollen producten, bouwvilt en opgezette
dieren
Wering/preventie:
• Voorkom vogelnesten onder de dakpakken
• Ruim (oude) kadavers op, wespen- en hommelnesten (indien ze binnen
bereik zijn)
• Naden en kieren dichten
|