basis_05.png
Spitsmuis Afdrukken

SpitsmuizenUiterlijk:

• Rug rossig grijs of grijsbruin; buik iets lichter; schedel smal; spits 
  toelopend; behaarde staart, de helft tot 2/3 van de lichaamslengte
• Volwassen: 6 tot 9 cm lichaamslengte
• Vacht sterk glanzend; bij mannetjes muskusklier aan zijkant zichtbaar
 

• Crocidura-soorten hebben lange, afzonderlijke haren op de staart staan

Ontwikkeling:

• Gemiddelde levensduur: 2 tot 3 jaar
• Voortplantingsperiode van maart tot oktober
• Draagtijd: 28 tot 33 dagen
• Gemiddeld 2 tot 4 worpen per jaar; nestgrootte 4 tot 6 jongen
• Jongen gaan al na 1 week op pad met de moeder (lopen in 'ganzenmars'
  achter de moeder aan)

Leefwijze:

• Vlugge, beweeglijke muizen, zwemmen goed, nachtdieren, brengen een
  zacht piepend, fluitend of tjilpend geluid voort
• Eten insecten en hun larven, wormen, lakken, spinnen en ook aas,
  plantaardig materiaal
• Graven onderaardse holen onder boomwortels; ook muizenholen of
  mollengangen worden benut
• Voorkeur voor ruig gedekt terrein: kreupelhout, struikgewas,
  bosranden,  tuinen
• Tevens voorkeur voor menselijke bebouwing als leefomgeving, 
  bouwafval of gestort puin
• Uitwerpselen 0,4 tot 1,0 cm lang, 0,3 tot 0,4 cm dik, vaak in klonten 
  aaneengeklit. Keutels zijn altijd enigszins vastgeplakt, meestal
  onregelmatig van vorm, donkerbruin tot zwart en bevatten veel zand.
  Vaak zijn de glinsterende insectenresten goed zichtbaar
• Eten per dag/nacht hun eigen gewicht aan voedsel op
• Geen winterslaap

Schade/overlast:

• Hinder door stank (ranzige of muskusgeur)
• Vervuiling door urine en uitwerpselen (latrines)
• Lawaai boven plafonds (piepen en kreten)
• Dragers van bepaalde ziekten (Leptorpiren behorende tot de 
  Pomona-groep)

Wering/preventie:

• Alle openingen in buitenmuren (m.n. ventilatieopeningen van
  stootvoegen) muisdicht maken, dus smaller dan 0,5 cm
• Voorkom te grote openingen bij dorpels van deuren en ramen